Vol maar onvervuld

Wist je dat grote bedrijven als Siemens en BMW met hun werknemers hebben afgesproken dat ze bepaalde tijden onbereikbaar mogen zijn? En dat het adviesbureau &samhoud een bonus van 250 euro geeft aan werknemers die tijdens hun vakantie niet zakelijk bellen en mailen? Laatstgenoemd bedrijf vindt het goed als werknemers even helemaal uitrusten en loskomen van het werk. ‘Tegenwoordig is de vraag voor een werkgever niet meer hoe je je mensen productief maakt,’ zegt oprichter Salem Samhoud, ‘maar hoe je ze tot rust laat komen. Met de huidige technologie nemen mensen nooit meer helemaal afstand van hun werk. Ik geloof dat mensen zich vaker moeten loskoppelen van hun telefoon of internet, meer balans zorgt voor excellente werkprestaties.’

Dat leren tot rust komen is voor mij ook wel een dingetje. Waarom is het soms zo moeilijk los te komen van mijn werk? Waarom wil ik van alles naast mijn werk doen? Denk ik onmisbaar te zijn? Of is dat misschien wel mijn angst: dat het niet uitmaakt of ik iets wel of juist niet doe. Dat ik niet waardevol genoeg ben. En ondertussen hol ik van hot naar her om maar, ja om wat eigenlijk?

Thuisloos
De Nederlandse priester Henri Nouwen verwoordt die angst als volgt: ‘Hoewel we dus maar nauwelijks al onze taken en verplichtingen kunnen bijhouden, vrezen we dat het eigenlijk geen verschil maakt of we iets doen of nalaten. Terwijl mensen ons alle kanten blijven opjagen, zijn we er onzeker over of het iemand iets kan schelen waar we terechtkomen. Kortom, ons leven is vol terwijl we ons toch onvervuld voelen.’

Nouwen noemt dat ‘thuisloos’ zijn: ‘De meesten van ons hebben een woonadres, maar zijn daar niet te bereiken.’ Hoewel we weten waar we thuishoren, worden we voortdurend alle kanten opgetrokken. Onze aandacht wordt telkens opgeslokt door de dingen die we moeten doen, die we niet moeten vergeten, zaken die we moeten aanpakken of opzoeken, en dan zijn er nog zoveel mensen die we in gedachten houden.

Fanatieke houthakker
En het ene lijkt nog urgenter dan het andere. Zo springen we van de ene taak in de volgende. Het verraderlijke is dat de roes van snelheid op het moment zelf nog niet eens zo verkeerd voelt. Op het moment dat ik nog een paar mailtjes wegwerk of in de rij van de kassa nog een rekening betaal met mijn smartphone geeft dat een gevoel van vooruitgang. Ik lijk mijn tijd onder controle te hebben.

Er is een bekend verhaal over een houthakker die fanatiek aan het zagen is. Maar doordat zijn zaag bot wordt, gaat het steeds langzamer en moeizamer. Iemand vraagt waarom hij niet even stopt om zijn zaag te slijpen. ‘Geen tijd,’ antwoordt de houthakker, ‘ik moet al die bomen nog omzagen’. De moraal van dit verhaal moge duidelijk zijn. Psycholoog Max Wildschut schrijft: ‘Het echte probleem is niet dat de houthakker geen tijd inruimt om zijn zagen te slijpen, maar dat hij niet eens opmerkt dat dat nodig is.’

Op de korte termijn voelt van alles tegelijk doen en telkens doorgaan bevredigend. Maar op langere termijn geeft het gejaag eerder een gevoel van zinloosheid en verveling. Dat merk je als je wakker wordt uit deze ‘roes’ wanneer je bijvoorbeeld ziek bent of op vakantie bent en je jezelf afvraagt wat je nu precies aan het doen bent. Wildschut pleit voor reflectiemomenten: ‘Sta regelmatig stil bij wat je belangrijk vindt. Juist als je opgejaagd en druk bent. Het is niet voor niets dat mensen zich in de vakantie zich vaak voornemen om het voortaan rustiger aan te doen…’

Verlangen naar een echt thuis
Misschien nodigt Jezus ons ook wel uit om af en toe even de bezem neer te leggen. Dan mogen we net als Maria aan Jezus’ voeten zitten, thuiskomen. ‘Maar’, zegt Nouwen, ‘pas als we werkelijk ervan overtuigd zijn dat we geen thuis hebben, kan er een verlangen ontstaan naar een echt thuis. Jezus heeft het over dat verlangen als hij zegt: ‘Maak je geen zorgen, zoek liever eerst het koninkrijk van God.. dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.’’

Boekentip: Een volle agenda, maar nooit druk – Benedictijns tijdsmanagement van Denise Hulst

Auteur: Heleen Dekens

Gaat het je makkelijk af om even helemaal niets te doen? Maak je dan tijd om aan Jezus’ voeten te zitten? Of ga je dan op een andere manier relaxen?

Duur betaald koopje

Voor € 15,00 hang ik als jasje aan een kledinghanger in een Nederlandse winkel. Een koopje! Tenminste, voor de Nederlandse dame. Want aan de andere kant van de wereld wordt er een hoge prijs voor betaald.

Zowel gecontroleerd als op de automatische piloot legt een 15-jarig meisje mijn voor –en achterkant op elkaar en roetsjt het onder de naaimachine door. Het meisje zit in een lange rij van meiden en vrouwen die allemaal aan dezelfde soort jasjes werken. Aan beide kanten van haar zitten nog meer vrouwen in rijen hetzelfde werk te doen. En daarnaast nog een paar rijen. De hele ruimte is er mee gevuld.

Het meisje zit hier al zo’n twee uur en zal zeker nog negen uur op haar werkplek aanwezig zijn. Bangladesh, waar ik gemaakt word, is een land waar de arbeid goedkoop is en de kledingindustrie ‘boomt’. Op wereldschaal is het land de tweede exporteur van kleding geworden. Met zo’n tien tot vijftien miljard euro zorgt de kledingindustrie voor tachtig procent van de totale export van het straatarme land. 85 procent van de mensen die in die industrie werkt is vrouw.

Nadat ik aan een zijde ben dichtgenaaid, word ik doorgeven. Een vrouw van middelbare leeftijd geeft mij een kraagje. De vrouw werkt hier al sinds ze twaalf is. Soms wil ze wel stoppen omdat ze zo weinig loon krijgt. Maar staken betekent een dag geen loon. En daarbij, de kledingfabrieken verhogen hun lonen toch niet. De fabrieken maken namelijk zelf nauwelijks winst. Wanneer ze het loon van hun arbeiders zouden verhogen en dat zouden doorberekenen aan de opdrachtgever, hebben ze kans hun opdracht mis te lopen aan een goedkopere concurrerende fabrikant. Daarom krijgen de fabriekswerkers vaak minder dan het wettelijk minimumloon en werken ze zonder arbeidscontract. Is ze het er niet mee eens? Geen probleem. Voor haar honderd anderen. Dus werkt ze door. Dag in dag uit, jaar in, jaar uit.

Naast het harde werken, intimidatie en sociale onzekerheid is er nog iets waar deze arbeidsters mee te dealen hebben: onveiligheid op werkvloer. Volgens de actiegroep Clean Clothes Campaign zijn er sinds 2006 meer dan 500 doden gevallen bij branden in Bengaalse textielfabrieken. Afgelopen jaar werden mensen levend verbrand omdat de nooduitgang geblokkeerd was in de fabriek.

Stoppen met kleren kopen dan maar? Nee. Want kleding heb je nodig en het is een belangrijke inkomstenbron voor Bangladesh. Alleen vind ik dat mensen in Europa bereid moeten zijn wat extra geld te betalen voor kleding. Daarmee kunnen de lonen van arbeiders iets omhoog en de arbeidsomstandigheden verbeterd worden. Ik snap dat het in de praktijk helaas niet zo makkelijk werkt omdat dat extra geld vaak juist niet bij de arbeiders, maar bij de mensen daarboven terecht komt. Daarnaast blijkt het moeilijk te achterhalen wie verantwoordelijk is voor de slechte omstandigheden waaronder kleding geproduceerd wordt.

Kledingmerken besteden hun productie uit, op zoek naar de laagste productiekosten. Zo lang de prijs maar laag blijft, nemen de aannemers of inkoopkantoren veiligheidsvoorschriften en de belofte voor goede arbeidsomstandigheden liever met een korreltje zout. Er zijn zoveel spelers in de productieketen,  waardoor de verantwoordelijkheid makkelijk op een andere speler afgeschoven wordt. En dan is er nog de overheid.  Wat mij betreft heeft die ook een aandeel. Maar zullen zij veiligheidsvoorschriften voorschrijven  wanneer winst en export belangrijker blijft dan de veiligheid van, en zekerheid voor werknemers?

Het blijft een lastig probleem en het lijkt misschien alsof je als consument niets kan doen. Maar dat kan wel. Als er geen vraag is naar eerlijke kleding, dan zal die ook niet gemaakt worden. Dus laat je stem laten horen. Hoe vaker kledingmerken horen dat de klant alleen nog maar eerlijke kleding wil kopen, hoe lastiger het voor de merken is daar geen gehoor aan te geven. De klant, dat ben jij, is uiteindelijk toch koning.

Een vrouw van 22 jaar oud kijkt mij aan. Ze trekt me van de kledinghanger af, steekt haar armen door mijn mouwen en bekijkt het geheel eens goed in de spiegel. Ik hoor haar denken: ‘vijftien euro. Hoe kan het dat het zo goedkoop is?’ Haar gedachten zijn alweer bij haar bankrekening en ze loopt met mij onder haar arm naar de kassa. Ik ben per slot van rekening een koopje!

Auteur: Heleen Dekens

Laten we doen alsof de consument het probleem niet kan oplossen. Wie zou het wel moeten kunnen? En hoe?

Gouden tijden

Hussein zit ergens in de bossen langs de kuststrook van Turkije. Hij wacht nu al twee dagen op een boot die hem naar Griekenland in Europa zal brengen. In Izmir heeft hij een deal gesloten, zo’n 1000 euro heeft hij moeten betalen voor een plek op de boot. En dan opeens is het zover. Er wordt geroepen dat hij snel moet zijn. Hij rent. Hij zit. Opgepropt. Iemand wijst met zijn vinger naar de overkant: koers daar maar op af. Twee passagiers krijgen een emmer in hun hand gedrukt en daar gaan ze. Meteen wordt er water geloosd. Vijf uur later is de Griekse kust in zicht. Hussein heeft de oversteek gehaald, maar hij is nog lang niet waar hij wil zijn.

Mogelijk doodgaan

Ook Tamar is het gelukt om de overkant te halen.  Haar man wilde weten hoe gevaarlijk de overtocht van Turkije naar Griekenland was. Daarom ging hij eerst alleen.  Om uit te zoeken of hij zijn kinderen toevertrouwde op een rubberbootje in een grillige zee.  Hij heeft zijn reiservaringen niet na kunnen vertellen. Een maand later voer Tamar met haar drie kinderen over diezelfde zee als waar haar man in was verdronken. Ze kon niet anders. Terug naar Syrië betekende doodgaan en de zee op betekende mogelijk doodgaan.

Het zijn twee van de vele verhalen die cultureel antropoloog en docent Ans Boersma vertelt over haar verblijf op Lesbos, het Griekse eiland waar wekelijks zo’n 10.000 vluchtelingen aankomen. Vluchteling. Boersma vindt het een naar woord. ‘In de eerste plaats zijn ze mens. Net zoals jij en ik. Iemand die zoekt naar veiligheid en een goede toekomst voor zijn of haar kinderen.

In Nederland zoeken mensen toch ook naar de beste plek? De meeste mensen kopen liever een huis in de Randstad dan in Groningen, daar waar je ook nog eens kans hebt dat je huis scheuren begint te vertonen. Als het om zekerheid en veiligheid gaat, gaan mensen ver. En voor de veiligheid van kinderen misschien nog wel veel verder.

Gouden tijden
En ook gelukzoekers gaan ver. Niet altijd maken zij dan de meeste doordachte keuzes (zoals het maken van gevaarlijke bootovertochten). Maar maak ze dat maar eens wijs.

Het zoeken naar geluk is niet alleen van deze tijd. Onze voorouders zochten ook naar het beste voor jou en mij. Met hun schepen voeren ze gevaarlijke zeeën over op zoek naar kruiden en geluk. Gouden tijden. Het staat zelfs groot op de website van SAIL. ‘Van gouden verleden naar gouden toekomst.’ Daar dromen we toch allemaal van? Hussein en Tamar in ieder geval wel.’

Auteur: Heleen Dekens

Wat moet er in Nederland gebeuren om jou te doen besluiten het land te verlaten?

Waarom mijn zus een van mijn geloofshelden is

‘Character is how you treat those who can do nothing for you’ – Johann Wolfgang von Goethe

Ze had hem al een paar keer zien staan aan de overkant van de weg bij de supermarkt. Hij viel op omdat in haar dorp iedereen er doodnormaal uitziet en hij was met zijn kapotte schoenen en ongewassen haren anders. Woonde hij bij haar in het dorp? Was hij de weg kwijt?

Toen ze die middag voor de derde keer langs hem fietste, stopte ze om te vragen of het wel goed ging met hem. Hij haalde zijn schouders op. ‘Kan ik je ergens mee helpen?’, was haar tweede vraag. Ze was enigszins verrast toen hij wat beschaamd antwoordde: ‘Ik kan wel een douche gebruiken’.

Maar door de geur die om de man heen hing, kon ze zijn verlangen maar al te goed begrijpen. En ja, ze had hem nu eenmaal gevraagd of ze hem kon helpen en als een douche het enige was dat hij vroeg, dan was dat toch wel het minste wat ze kon doen.

Ze nam hem mee naar haar huis en zei tegen haar man: ‘Hoi Peter, dit is Marcel. Marcel komt bij ons douchen.’ Haar man was niet per se blij met het feit dat ze een wildvreemde man mee naar huis had genomen die vervolgens ook nog eens bij hen kwam douchen. En dat had niet alleen te maken met de geur die hij met zich mee droeg.

Overrompeld door de actie van zijn vrouw gebaarde Peter dat de man naar boven moest gaan voor een douche. Ondertussen haalde hij zijn kinderen -die op dezelfde verdieping sliepen als waar de badkamer zich bevond- uit bed.

Toen Marcel eenmaal onder de douche stond kregen mijn zus en haar man een woordenwisseling.

‘Hoe naïef kun je zijn?’
‘Sinds wanneer mag je niet meer iemand helpen?’
‘Ik bel de politie.’
‘Prima, misschien weten zij wie het is.’

Marcel was inderdaad bekend bij de politie.  Ze vertelden dat hij een beetje verward was en uit een nabijgelegen dorp kwam. En de politie gaf Peter gelijk: mijn zus moest niet zomaar mensen mee naar huis nemen.

Toen de schone Marcel na een kop koffie en met een stel extra kleding van Peter het huis verliet, bracht mijn zus de kinderen weer naar bed. Ze kuste haar 9-jarige dochter welterusten.

‘Mama?’
‘Ja’
‘De politie en papa zijn boos op u, maar Jezus vindt het denk ik heel mooi wat u gedaan heeft.’

*De namen in dit artikel zijn gefingeerd

Auteur: Heleen Dekens

Wat vind jij van deze actie? Wat zou jij doen?

Van vooroordelen naar bijna geloven?!

Ik slik. Ruim honderd volwassenen in een zaal zingen uit volle borst dat Jezus van ze houdt. Hier en daar een handje in de lucht. Dit is serieuze business. Waar ik vandaan komen zingen volwassenen niet. En als ze het al doen, gebeurt dat met gepaste tegenzin en moeilijke gezichten.

Ik ben opgegroeid in een gezin waar je op zondag uitslaapt. Waar kerst gaat om cadeaus en eten en de naam Jezus alleen valt uit verbazing of woede. Een regenboog betekent dat het regent terwijl de zon schijnt, en als je dood bent, dan ben je dood. Punt.

Dus ja, ik had zo mijn vooroordelen toen ik mijn eerste werkdag bij de EO had. In alle eerlijkheid, ik vond het doodeng. Mijn braafste kant kwam naar boven, liep iets rechter op dan normaal en koos mijn woorden zorgvuldig uit angst dat er spontaan een ‘kut’ uit me zou komen. Ik was zelfs gestopt met roken. En nog, ik hoorde ze denken: die gaat naar de hel.

Wat kun je het fout hebben. Dit zijn werkelijk de liefste, meest betrokken, persoonsgerichte mensen die ik ooit heb ontmoet. Ik word buiten deze redactie, waar ik inmiddels twee jaar werk en zelf ook uit volle borst meezing dat Jezus van me houdt, vaker moeilijk aangekeken dan hier. Zoveel liefde, begrip, vriendschap. Ik zou er bijna zelf ook van in God gaan geloven. Bijna.

– Tara

Welke (voor)oordelen heb jij over geloof/gelovige mensen?

Wat is mijn doel hier op aarde?

“Wat is mijn doel hier op aarde” is één van de meest gestelde vragen door mijn mede-halverwege-dertigers. Enigszins vroeg voor een midlifecrisis, vind je ook niet? Te vroeg om onze vrouw in te ruilen voor een jonger exemplaar (we hebben deze net) en een Harley Davidson kan niet. Die past niet naast onze lease auto, op de toch al overvolle parkeerplaats. Er moet meer achter zitten. De vraag wordt immers gesteld. En een vraag waar je al een antwoord op hebt, is zinloos.

Als ik deze vraag hoor, stel ik een vraag terug: “Doe zelf eens een poging om een antwoord hierop te geven.” Wat ik dan hoor als antwoord, komt qua grootte in de buurt van de vraag zelf. Je moet toch minimaal een medicijn tegen kanker hebben ontdekt. Of een zesjarig meisje uit een brandend huis hebben gered. Het liefst een tweeling eigenlijk. Zo’n schattige, met paardenstaartjes. Die later samen een medicijn tegen kanker ontdekken.

Ik vraag mij af: moet het antwoord net zo groot zijn als de vraag? Een bruid, die liefdevol haar bruidegom diep in de ogen aankijkt, krijgt een gigantische vraag, die ze kan beantwoorden met een woord van twee of.. drie letters.

Ik ben zelf christen, dus het antwoord ligt voor mij klaar: Heb God lief en je naasten als jezelf en leer dit een ieder die je op je levenspad tegenkomt. En de belofte die daaraan gekoppeld is dat ik na dit leven dichtbij God mag zijn, zonder gebreken. Maar zo simpel is het voor mij niet. Als dat mijn volledige antwoord is, wat doe ik hier dan nog? Is dat mijn doel? Dan kan ik die afvinken! En nu…? Hierdoor lijkt het in mijn leven alsof ik zinloos in een wachtkamer zit. De gebeurtenissen in mijn leven blader ik door als een oud tijdschrift. Ik kijk wel, maar ik laat het niet tot mij doordringen. Ik wacht op Zijn terugkomst of mijn eigen heengaan. Is dat dan mijn doel? Het is het tegenovergestelde van de beroemde uitspraak: “De reis gaat niet om het doel, maar om de weg er naar toe.” Uiteraard heb ik ook de brieven aan de Tessalonicenzen gelezen, waarin we worden gewezen op onze aardse verantwoordelijkheden, dat we niet passief mogen wachten op het moment dat Jezus terugkomt. En ik ken de uitspraak van Luther: “Als ik wist dat morgen de aarde zou vergaan, zou ik vandaag nog een appelboom planten” Toch heeft niet dit, maar het volgende, mij geholpen in mijn zoektocht naar een antwoord. Want ja, ook ik heb gezocht: Wat kan ik ondertussen doen in de wachtkamer?

Als eerste ben ik er achter gekomen dat het geen toeval is, dat ik er ben. Als ik kijk naar het biologisch proces van het maken van een kind en mijn eigen familiegeschiedenis. Dan kan ik niet anders concluderen: het is een wonder dat ik er ben. Ik ben, dus ik heb een doel.
Daarna vond ik rust in mijn zoektocht door een boekje van Paulo Coelho. Ik weet, menig mede-christen vindt hem de duivel zelf, omdat hij niet spreekt van een God als een wezenlijk persoon maar als een mystieke kracht, die je overal in kan zien, vooral in de liefde. Deel je deze mening? Geef mij toch de kans om hem te citeren, voordat je teleurgesteld deze column sluit. Het is zoals het leven zelf: pik er uit wat je wilt en ga er mee aan de slag.

Ik citeer het antwoord dat wordt gegeven in het boekje “Manuscript uit Accra” op de opmerking:
“Ik ben nutteloos”
Vraag een rivier: Voel je je niet nutteloos? Het enige wat je doet is voortdurend dezelfde kant op stromen. En hij zal antwoorden: “Ik doe geen poging om nuttig te zijn; ik probeer een rivier te zijn.” Niets is in Gods ogen nutteloos. Geen blad dat van de boom valt. Geen insect dat doodgeslagen wordt omdat het last veroorzaakt. Diegene die net die opmerking maakte: “Ik ben nutteloos” dat is een antwoord wat jij JEZELF geeft.

En het antwoord eindigt met:
Maar nu, in deze laatste seconde van je leven op aarde wil ik je zeggen wat ik zag: ik trof je huis schoon aan, de tafel gedekt, het veld geploegd en de bloemen in bloei. Alles stond op zijn plek, zoals het hoort. Je hebt begrepen dat de kleine dingen verantwoordelijk zijn voor de grote dingen. En daarom neem ik je mee naar het paradijs.”

Sindsdien probeer ik rond te kijken in mijn “wachtkamer” vanuit dit perspectief:
Beperk jezelf niet tot één antwoord. Durf ze klein te houden. Durf ze te veranderen. En vertrouw erop dat je een doel hebt, ook al zie je hem niet (meteen): Think butterfly-effect

Wat is jouw doel hier op aarde?
Heb je het idee dat je in een wachtkamer zit?
Zo ja, wat doe jij in de wachtkamer?

  • avatar