Geluksfundamentalisme

Het heilige dogma van het Westen lijkt steeds meer onder kritiek te staan. Ik bedoel: dat grote gebod, het bevel dat al die mooie dames en heren je toeroepen vanaf hun zonnige eilanden, middels internet, billboards en magazines: Gij zult gelukkig zijn! In deze tijd geldt een soort geluksplicht. Maar of we daar gelukkiger van worden?

Psychologe Nienke Wijnants denkt van niet. Op Hetgoedleven.com noemt zij het huidige geluksdogma schadelijk en leugenachtig. ‘Vroeger werden niet-succesvolle mensen “ongefortuneerd” genoemd. Daar zat een element van pech in. Dat was vervelend, maar tenminste niet je eigen schuld. Tegenwoordig zijn niet-succesvolle mensen losers, want alle voorwaarden voor een succesvol leven lijken voorhanden.’ Dit brengt de voortdurende angst mee om af te zakken tot het loserkamp, het moeras van stumpers en schlemielen. Filosoof Alain de Botton bedacht er een mooie term voor: statusangst.

Godsgeloof floreert niet

Ook Rik Torfs, rector van de Katholieke Universiteit Leuven, liet pas in Trouw de beperkingen zien van de huidige succes- en geluksdwang. ‘We leven in een tijd waarin het godsgeloof niet meteen floreert’, constateert hij. ‘Mensen beweren in zichzelf te geloven, ook al toont een oppervlakkige blik in de spiegel meteen de begrensdheid van dat project.’

‘Een mens verliest het recht om doodgewoon te zijn, niet bijzonder aantrekkelijk, een beetje saai misschien, niet meteen barstend van talent’, vervolgt Torfs. ‘We moeten almaar beter worden. De kennismaatschappij evolueert razendsnel, bazuinen specialisten rond. En beelden worden getoond van succesvolle mensen aan de rand van genadeloos blauwe zwembaden, terwijl ze voltijds bezig zijn met zich gelukkig voelen.’

Heilige koe

De Vlaamse rector noemt geluk ‘de heilige koe van onze tijd’. ‘Een mens wordt voortdurend met dat melige begrip om de oren geslagen. Vroeger vloeide geluk uit het leven voort, vandaag is het een doel op zichzelf. Het geluk wordt ons door de strot geduwd, of we dat nu willen of niet. We hebben geen keuze. Later zal onze tijd worden herinnerd als die van het geluksfundamentalisme. (…) Wellicht is het aangenamer gelukkig te zijn dan ongelukkig, maar het is onaangenaam gelukkig te moeten zijn. De plicht daartoe miskent de condition humaine. We zijn sterfelijk en altijd met sterven bezig. Dat we daar steeds luchtiger over doen, stemt tot angst en wanhoop, omdat wij dan een deel van ons mens-zijn moeten prijsgeven aan de dwang van het blinde geluk.’

Ikea-pakket

Hier stuit Torfs op de kern: met al die gelukszucht – hier, nu en veel! – proberen we onze sterflijkheid te overschreeuwen. We willen dat unheimische gevoel verdrijven, die angst voor de dood, het besef dat levensgeluk geen Ikea-bouwpakket is en geen kwestie van de juiste schroefjes in de juiste gaatjes draaien. Dat ik-kan-het-niet-alleen-gevoel. Die ontreddering. Die schreeuw om een Redder.

Gertjan de Jong

Bron: Refoweb

Is geluk een doel? Of een gevolg? Wanneer ervaar jij geluk?

Twijfelpacifist

Soms denk ik dat ik een pacifist ben. Nee, geen pacifist die met spandoeken loopt te zwaaien. Noem me maar ‘twijfelpacifist’. Want sprak Christus de vredestichters niet zalig? Zijn eigen leven was een toonbeeld van geweldloosheid: ‘Hij werd mishandeld, maar Hij liet zich verdrukken en deed Zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt…’

Geïnspireerd door de Bergrede riep Gandhi (foto) op tot geweldloos verzet tegen de Britse overheersing in India. De zendeling Stanley Jones vroeg hem eens: ‘U citeert vaak de woorden van Christus, waarom is er dan zo’n duidelijke afkeer bij u om een volgeling van Hem te worden?’ Gandhi antwoordde: ‘O, ik verwerp Christus niet. Ik houd van hem. Het is alleen dat zoveel christenen zo weinig lijken op hun Christus. Als christenen echt zouden leven naar wat ze lezen in de Bijbel, zou heel India nu christen zijn.

Ik denk ook aan de heilige Franciscus. De kruistochten naar het Heilige Land vond hij niet in de Geest van Christus. Dus maakte Franciscus in 1218 een alternatieve kruistocht, met als enige wapens gebed, liefde en barmhartigheid. Prachtig toch? De Waldenzen waren een groep volgelingen van Christus die hevig vervolgd zijn. Ze vochten niet terug, geïnspireerd door het voorbeeld van Jezus. Ook de Quakers keurden geweld af. Voor hen was en is het verkeerd om beroepsmilitair te worden. Want oorlog bevordert haat, bedrog, wreedheid. Het besmet hele gemeenschappen met woede, angst, trots en liefdeloosheid. ‘Dergelijke harstochten doven het Innerlijke Licht.’ Het waren ook de Quakers die slavernij radicaal afkeurden terwijl het gros van de christenen daar nog geen probleem in zag.

Een spaak in het wiel steken

En toch. Ik ben een twijfelpacifist. Want ik heb wel makkelijk praten hier in Nederland. Wat weet ik nou helemaal van al dat moordend onrecht in de wereld? Moet je je kinderen laten vermoorden onder het motto van ‘de andere wang toekeren’? En hoe zit het met al die Amerikanen en Canadezen die – vaak amper volwassen – op het strand van Normandië hun leven gaven voor mijn vrijheid? Zeg ik: ‘Van mij had het niet gehoeven’? Ik denk ook aan Dietrich Bonhoeffer. Een predikant die, geïnspireerd door de Bergrede en door Gandhi, jarenlang pacifist was. Maar later kwam hij op andere gedachten. Hij vond het bewind van Hitler zo demonisch, dat hij het gerechtvaardigd vond om ‘een spaak in het wiel te steken’. Hij hielp mee aan een aanslag op de Führer, die overigens mislukte.

Wanneer vecht je, wanneer vlucht je, wanneer laat je je meevoeren als een lam? Of geeft de Geest hier raad over als het nodig is? In zijn ‘Ethiek’ stelt Bonhoeffer: ‘Jezus leeft en handelt niet vanuit het weten van goed en kwaad, maar vanuit de wil van God.’ In het kennen van Zijn wil, komt het op gebed aan. ‘Verberg Uw geboden niet voor mij.’

Auteur: Gertjan de Jong op Habakuk.nu

Zou heel Nederland christelijk worden als christenen leefden zoals Jezus?

God kennen

Soms krijg je de vraag, “ken je die en die?” Dan kun je iets antwoorden als, “ja, ik heb die wel eens gezien,” of, “ja, daar heb ik nog mee op school gezeten,” of “ja, dat is een vriend van me.” Mijn oma zou zeggen, “ja, daar heb ik nog mee geknikkerd.”

Maar die antwoorden gaan niet op als je wordt gevraagd of je God kent. “Ja, daar heb ik wel eens van gehoord.” Hoewel, misschien is het wel het meeste eerlijke antwoord.

Het woord kennen kan verschillende betekenissen hebben. Je kunt van iemand zeggen dat je hem kent als je weet dat hij bestaat, als je zijn gezicht zou herkennen, als je goed bevriend bent. Er zijn verschillende niveaus van iemand kennen.

In het Hebreeuws heeft het werkwoord ‘kennen’ niet alleen een intellectuele betekenis, het is kennis die wat met je doet en waar je wat mee moet. Iets of iemand kennen is theorie en praktijk in één. In het Nederlands komt deze betekenis misschien het best naar voren in een uitdrukking als ‘weten hoe je piano moet spelen’. Dit ‘weten’ is een vaardigheid en niet alleen theoretische kennis.

Op dezelfde manier is God kennen geen intellectuele bevestiging van zijn bestaan. Alleen die intellectuele bevestiging is niet veel waard. Iemand kennen is een relatie met diegene hebben. Als er bijvoorbeeld in de Bijbel van een vrouw wordt gezegd dat ze nog geen man gekend had, betekende dat niet dat ze nog nooit een man gezien had, maar dat ze nog maagd was (bv.Recht.11:39).

Het woord ‘kennen’ wordt ook gebruikt in de zin van erkennen. God zegt bijvoorbeeld: “zodat ze weten dat ik God ben.” Dat gaat niet alleen om dat ze kennis nemen van het bestaan van God. Het gaat erom dat ze erkennen dat hij God is, en dat ze handelen naar die kennis. Paulus schrijft aan Titus: Ze belijden dat ze God kennen, maar hun daden weerspreken dat (Tit1:16). God kennen heeft consequenties voor ons handelen, voor de keuzes die we maken.

God kennen betekent dus ook hem gehoorzamen. In Jeremia 22:15-16 zegt God dit over Josia:

Je vader had aan niets gebrek.
Recht en gerechtigheid handhaafde hij –
en hij leefde in voorspoed.
Hij beschermde het recht van armen en behoeftigen –
en hij leefde in voorspoed.
Is dat niet: mij kennen?
– spreekt de HEER. 

Een fantastische beschrijving van wat het bekent om God te kennen. God kennen is niet vrijblijvend, het doet iets met ons, het vraagt om een daad-werkelijk antwoord.

Want,
God kennen is niet weten dat hij bestaat.
God kennen is niet theoretische kennis over God hebben.
God kennen is niet je systematische theologie op orde hebben.

God kennen is een relatie met hem hebben.
God kennen is doen wat hij wil.
God kennen is leven voor hem.

Bron: Breeze

In hoeverre ken jij God?

Lectio Divina

Soms is het zo moeilijk om je Bijbel te openen. Het is te druk, of het stuk wat je leest is te moeilijk, of je kan je niet concentreren. Soms helpt het dan om bij het lezen een methode te gebruiken .

Zelf schrijf ik wel eens in een dagboekje bij het Bijbellezen en bidden. Ik schrijf dan op wat me raakt of wat ik niet snap. Soms schrijf ik bepaalde doelen of gebedspunten op. Ook is het leuk om antwoorden op een gebed in zo’n dagboekje bij te houden, dan kan je dit later terug lezen en letterlijk zien wat God doet in jouw leven!

De monniken van de kloosterorde van Benedictus zagen vroeger ook al in dat het belangrijk was om de Bijbel niet zomaar te lezen, maar om de tijd te nemen en een methode aan te houden. De methode die zij ontwikkelden was die van de ‘Goddelijke lezing’ of: Lectio Divina.

Het gaat zo:

  1. Lezen

Je leest een tekst in de Bijbel, bijvoorbeeld de tekst van Mattheus waar je gebleven bent in het leesrooster. Je leest die tekst niet zomaar een keer snel door, maar je wordt stil en je bidt voor stilte en rust tijdens het lezen. Je stelt nog helemaal geen vragen, maar leest gewoon de tekst een aantal keer rustig door.

  1. Overdenken

Nu overdenk je wat de tekst zegt en vraag je in gebed of God je wil laten zien wat de tekst betekent. Neem de tijd en blijf in die rust. Het gaat er niet om dat je meteen een betekenis kan geven aan de tekst, maar dat je door de tekst heen ’ Gods stem kan horen en bij Hem kan zijn.

Als je wilt kan je nu ook een aantal verwante teksten lezen (soms geeft je Bijbel dat aan met een lettertje naast het vers, dat verwijst dan in de voetnoot naar een andere tekst). Of je kan jezelf afvragen of er een bepaald thema (woord) is.

  1. Bidden

Breng alles wat je overdacht hebt bij God in gebed. Misschien zijn er wel persoonlijke dingen die de tekst naar boven gebracht heeft of misschien ben je dankbaar voor een heel ander inzicht dat je gekregen hebt? Bespreek het allemaal met God.

  1. Beschouwen

Blijf na je gebed nog even zitten, voordat je weer verder gaat met alle andere dingen die nog gedaan moeten worden. Wat heb je meegenomen uit deze stille tijd? Ben je tevreden met wat je hebt geleerd en overdacht? Wat ga je daar vandaag nog verder mee doen?
Tijdens deze vier stappen kan je ook steeds je gedachten en gebeden bijhouden in een dagboekje, zoals ik. Maar ook zonder dagboekje is dit een heel toffe manier om bij God te komen.
Je kan het ook met z’n tweeën doen: je kan afzonderlijk van elkaar lezen en overdenken, en daarna met elkaar bespreken wat voor verschillende dingen jullie denken bij te tekst. Je kan dan samen bidden en nabeschouwen.

Bron: Breeze

Heb jij tips voor een bepaald dagboek of methode?

Eenheid onder christenen?!

“Eenheid in hoofdzaken, vrijheid in bijzaken, liefde in alles”
Dit is een oud piëtistisch gezegde dat me altijd heeft aangesproken, juist omdat ik in een heel diverse wereld leef met verschillende denominaties, culturen en talen.

De liefde in alles is erg belangrijk, hoewel we van stijl en soms van standpunt kunnen verschillen. Onze houding naar elkaar toe in de verschillen is essentieel. Zoals 1 Korintiërs 13 ook zegt, je kan van alles doen, van alles weten, je kunt alle gelijk van de wereld hebben, maar als je geen liefde hebt, is het niets waard. Zonder liefde zijn al onze daden en kennis werkelijk waardeloos. Dat betekent ook dat je die vervelende andere christen die een nadruk heeft die je absoluut niet kan waarderen, of die een jargon spreekt dat je nauwelijks begrijpt, ook moet liefhebben met woord en daad.

Eenheid in hoofdzaken is belangrijk om elkaar als christen te erkennen. In deze hoofdzaken kunnen we elkaar vinden. Samen willen we Jezus navolgen en zijn discipel zijn. En als we kijken naar de 12 discipelen van Jezus zelf, dan was dat een behoorlijk gemengd gezelschap. Vissers, een tollenaar, een zeloot, niet de meest evidente combinatie. Normaal gesproken zouden ze nooit samen aan één tafel zitten of met elkaar praten. Maar wat ze samen hadden was één doel, één visie, één leider en daarom konden ze door één deur. Ze waren discipelen van Jezus. En zoals iedereen hadden ze genoeg bij te leren over de waarden van het Koninkrijk, om het niet op hun eigen manier te doen, maar op de manier van Jezus.
Wat helpt in het definiëren van de “hoofdzaken” zijn de geloofsbelijdenissen van de vroege kerk. De Apostolische Geloofsbelijdenis en de Geloofsbelijdenis van Nicea. Samen vormen ze al eeuwenlang de samenvatting van de essentie van ons geloof.

Het meest moeilijke van alle drie de aspecten is de vrijheid in bijzaken, want wat zijn nu bijzaken en wat niet? Wat hierin kan helpen is een onderscheid te maken tussen bijzaken waardoor we elkaar als christenen erkennen, maar waardoor het moeilijk is om lid te zijn van hetzelfde kerkgenootschap. Een voorbeeld is de visie op de kinderdoop of op de kerkstructuur. Verschillen hierin betekent niet dat we de anderen geen christenen kunnen noemen, wel dat het organisatorisch lastig is om lid te zijn van een en dezelfde kerk.

Daarnaast zijn er verschillen, bijzaken, zoals iedereen in karakter kan verschillen. Bijvoorbeeld de muziekstijl, de rol van de Heilige Geest, of onze visie over evolutie. Dit kan complex zijn, maar het mogen geen aanleidingen zijn tot conflicten, daarvoor zijn het bijzaken en is de liefde belangrijker. Juist in deze verschillen kunnen we elkaar uitdagen, scherpen en van elkaar leren. Want wat ik door alle landen en culturen geleerd hebt, is dat God van diversiteit houdt en niet van uniformiteit. Samen met al onze verschillen kunnen we een gezonde balans vormen, nooit alleen.

In al deze dingen is onze houding essentieel. Het moet geen houding zijn van “Ik vind het niet erg als je het niet met me eens bent, zolang je maar weet dat ik gelijk heb”. We moeten de ander belangrijker achten dan onszelf, zoals Filippenzen 2 zegt: “maak mij volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.”

Zodat de liefde ons kenmerkt als christenen, en dat in alles God en zijn Koninkrijk onze focus zijn!

 Bron: Breeze
Hoe praat jij met een ander wanneer je het hem/haar oneens bent over ‘bijzaken’?

Zijn de ambtsdragers inmiddels anders?

“Ambtsdragers zijn vaak de grootste vijanden van Christus en Zijn volk.” Als een predikant dit in zijn preek zegt, wordt het tijd voor zelfreflectie. Het is waar dat de grootste tegenstand tegen Jezus en Zijn bediening -tijdens Zijn omwandeling op aarde- in eerste instantie en in hoofdzaak werd gevonden bij de joodse leidslieden: de overpriesters, oudsten en Schriftgeleerden. Het waren ook de overpriesters en ouderlingen (familiehoofden) die Jezus met zwaarden en stokken gevangen namen in Getsémané (Matt. 26:47) en vervolgens het volk ophitsten om Hem te laten kruisigen. Maar goed, dat was vroeger…

Of toch niet? Want als dat zo is, waarom dan deze uitspraak van de dominee in de onvoltooid tegenwoordige tijd? En waarom dan de vele vragen op Refoweb over predikanten, ouderlingen en diakenen met soms dictatoriaal gedrag of het heersen over de gewetens van gemeenteleden? Kortom, blijkbaar is het probleem van 2000 jaar geleden nog steeds razend actueel in een aantal gemeenten.

Daarom, ambtsbroeders, laten we de hand maar eens in eigen boezem steken… Ben ik zelf in alle opzichten een beeld van Christus? Ben ik bereid om in navolging van mijn Meester de voeten te wassen van anderen, in plaats van hun oren? Heb ik Hem liever dan al het andere in mijn leven… en daardoor ook de gemeente en mijn naaste? Ben ik bereid om als dienaar des Woords, in alle eenvoud datzelfde Woord de gemeente aan het hart te drukken, met de klem van geloof en bekering? En met dezelfde ruime nodiging als Christus dat ook deed? “Komt allen (niemand uitgezonderd) tot Mij die vermoeid en belast zijn…” (Matt. 11:28-30). Ben ik zelf wel in Christus en neem ik daarom ook deel aan de gedachtenismaaltijd? Of probeer ik daar juist anderen, met wat voor argumenten dan ook, bij vandaan te houden?

Broeders, laten we onszelf nu eens spiegelen aan het Woord. Willen we heersen en regeren, of willen we dienstbaar zijn? Gaat het ons om de leer en de (eigen) eer, of om de Heer(e)? De liefde is bereid om wederzijds voor elkaar te buigen, ondanks traditie en gewoonten. De liefde bindt ons ook (of juist!) aan het Woord, maakt gunnend en nederig. Bovenal, de liefde nodigt allen -met lek en gebrek- in de gemeente tot het heil: ruim, onvoorwaardelijk en welmenend.

“…Wil ik weten wie ik ben? Dan moet Gods Woord de spiegel zijn, waar ik mijn hart uit ken.” En zo worden vrome vijanden met God verzoend.

Bron: Refoweb

Wat zou jij tegen deze ambtsdrager willen zeggen?

Kerk niet tegenóver de wereld

“We zouden de gemeente kunnen zien als het priesterschap van de mensheid, dat God lof offert namens de wereld waaruit zij gekozen is”, aldus de theoloog Stefan Paas onlangs in zijn rede bij de aanvaarding van de leerstoel missiologie in Kampen. “Andersom worden priesters door God geheiligd om Hem te vertegenwoordigen bij het volk.”

“Namens de mensheid voor God verschijnen betekent naar mijn idee dat het hart van gemeente-zijn wordt gevonden in de liturgie… De gemeente dankt en prijst God als het verloste deel van de schepping en nodigt anderen uit dit met haar te doen.”

“Maar als priesterschap vertegenwoordigt de gemeente ook God bij de mensen. De apostel Petrus werkt dit op allerlei manieren uit voor de kerk, maar het komt hierop neer: als vertegenwoordiger van God bij de mensen heeft de christelijke gemeente een dienende, vriendelijke, geduldige, getuigende levensstijl, net als Jezus Christus haar voorging als priester. Haar bestaan wordt gekenmerkt door hoop op Gods verlossing, maar ook door hoop dat mensen om haar heen God zullen verheerlijken.”

“Dit beeld van de kerk als priesterschap doet recht aan de nieuwtestamentische en de hedendaagse Europese ervaring dat de kerk een minderheid is en doorgaans ook zal blijven. Priesters vormen per definitie een minderheidsgemeenschap die zich toewijdt aan het belang van velen. Minderheidskerk zijn is haar ‘natuurlijke stand’. De kerk is in deze visie geroepen uit de wereld en daarvan onderscheiden, zonder dat zij tegenover de wereld komt te staan.”

(Bewerking van de genoemde rede van Paas, Christelijk Weekblad, 12 december 2014.)

Bron: Refoweb

Merk jij dat de christelijke gemeente een dienende, vriendelijke, geduldige, getuigende levensstijl heeft in de samenleving? Zie je christenen als priesters?

God + iets = niets

Overvalt het jou ook weleens? Het gevoel dat je beter bent dan de rest van de wereld? Dat je rondkijkt en denkt dat jij je zaakjes wel op orde hebt? Omdat je toevallig hebt mogen ontdekken wie God is. Ik heb het regelmatig en leerde deze week een belangrijk lesje. We gaan in deze column even back-to-the-basics. Want waarom heeft God jou en deze columnist lief?

Omdat ik in juli 2007 op een schitterend plein in het prachtige Sarajevo mijn leven aan God gaf. Houdt God van mij omdat ik vanaf dat moment ben gaan wandelen in Gods plan voor mijn leven? Houdt God van mij omdat ik daarna een sociale studie ben gaan doen? Met kwetsbare jongeren werk? Geld geef aan de armen en een sponsorkind heb? Houdt God van mij omdat ik leuke blogjes en columns schrijf? Houdt Hij van mij omdat ik spreek tijdens een tienerdienst of omdat ik christelijke muziek luister, niet uitga en dagelijks de Bijbel lees en bid?

En hoe zit het bij jou?

Houdt God van jou omdat jij vluchtelingen helpt? Omdat je alle gaven van de Geest kent? Omdat je zo ontzettend veel kennis hebt van de Bijbel? Omdat je wekelijks naar de kerk gaat, catechisatie bezoekt en belijdenis doet? Omdat je je aan de juiste (on)geschreven regels houdt? Omdat je ouderling bent, dominee of organist?

Nee, als we dat zouden geloven, zouden we een farizeeër zijn! Dan denken we dat we vanwege onze goede daden en gedrag recht hebben op Gods genade. Net als in de Maggi-reclame, een beetje van jezelf en een beetje van God. Maar hiermee laten we zien dat God alleen voor ons onvoldoende is. Dan zeggen we, ‘we willen er iets bij hebben’. Om onszelf niet helemaal over te hoeven geven en om op terug te vallen wanneer genade ons teleurstelt. Wij mensen hebben namelijk maar al te graag behoefte aan een back-up.

Maar in Gods nieuwe wereld geldt dit principe:
God + iets = niets.
God + niets = alles.

Want dit is het evangelie van genade:
Er wordt alleen van jou gehouden – omdat God van jou houdt.
Daar kun jij met al je goede gedrag helemaal niets aan toevoegen.

Gelukkig maar, want daarmee besef ik ook dat ik niet beter ben dan de rest van de wereld.

Leenard Kanselaar is jongerenwerker. Hij blogt op LeenardKanselaar.nl en IkZoekGod.nl en is betrokken bij evangelisatieproject Dabar.

Bron: BEAM

Heb jij het idee dat je de liefde van God moet verdienen? Zo niet, wanneer kwam je tot die conclusie?

De Heilige Geest is een cadeau

Nikkie is 24 jaar, woont in Barneveld en gaat al tien jaar naar de evangelische gemeente DoorBrekers. BEAM vroeg haar hoe zij de Heilige Geest in haar leven ervaart en hoe ze Pinksteren viert.

“Alles wat de Heilige Geest bekend maakt komt van Jezus. Hoe tof is dat? Ik leef altijd met de Heilige Geest en ik geloof dat dit zichtbaar is in mijn houding. Liefdevol, zorgzaam en positief zijn. Dat lukt natuurlijk niet altijd, maar het is wel mijn streven.
De Heilige Geest woont bij mij en leeft in mij als de Geest van de waarheid. Ik geloof dat hij mij troost in tijden dat ik intens verdriet heb, dat hij mij wijsheid geeft bij het maken van belangrijke beslissingen en dat hij samen met mij feestviert als ik blij ben.”

“Op het moment dat je ervoor kiest om Jezus te volgen, geeft hij jou de Heilige Geest cadeau. De Vader, Jezus en de Heilige Geest zijn één en dus kun je zeggen dat Hij diegene is die levens daadwerkelijk vernieuwd. De Heilige Geest is mijn gids, mijn leider en mijn troost.”

“Ik denk dat veel mensen niet beseffen wat voor kracht we als gelovigen hebben met de Heilige Geest. Ook denk ik dat we huiverig zijn voor die kracht. In Johannes 14 zegt Jezus dat degenen die in hem geloven, in staat zijn grote dingen te doen. We zijn niet zomaar mannen en vrouwen in de wereld, we zijn de zonen en dochters van de allerhoogste koning!”

Elke dag een feest
“Voor mij is het, hoe gek het misschien ook klinkt, dagelijks Pinksteren. De Heilige Geest is er niet alleen met Pinksteren. Jezus is er ook niet alleen als we Kerst vieren. Het is belangrijk om stil te staan bij het feit dat de Heilige Geest er is, maar het maakt niet uit of je dat tijdens Pinksteren of op je vrije woensdag doet.”

“Ook bij DoorBrekers wordt geleerd om dagelijks te leven met de Heilige Geest. We staan daar niet alleen dit weekend bij stil. Het is elke dag een feest met de Heilige Geest! Natuurlijk heb ik dagen dat het tegenzit, dat ik verdriet mee maak of even geen vrede ervaar. Toch ben ik ervan overtuigd dat ik kies hoe ik in het leven sta. Ik kies er dagelijks voor om blij op te staan en me te verheugen op de dag die voor me ligt. Dat lukt met de kracht van de Heilige Geest.”

TEKST: Eline Dondorp

Bron: BEAM

Ervaar jij dat je een zoon of dochter van de allerhoogste Koning bent? Geloof jij dat de Heilige Geest een cadeau voor jou is?

Werkelijke communicatie met God is mogelijk

Werkelijke communicatie met God is mogelijk, zo weet Bart Doornweerd, en vervolgens legt hij uit welke houding daartoe dienstig kan zijn. “Hoe kan God het hart van de mens weer bereiken? Het antwoord is van grote eenvoud en juist daarom voor velen van ons zo moeilijk te begrijpen of te accepteren.

De sleutel wordt ons aangereikt vanuit de Bijbel, en dat niet éénmalig, maar bij herhaling (Matt. 11:25, 18:3, Marc. 10:13-16, Luc. 10:21, 18:7): Als je niet wordt als een kind, kun je het Koninkrijk van God niet binnengaan.”

“Onze ‘bereikbaarheid hangt af van de voorwaarde dat we het hart hebben van een kind. Om te kunnen ‘horen’ en begrijpen moeten we eenvoudiger worden, juist niet gecompliceerder! Dus steeds als we groeien in kennis, moeten we onszelf voorhouden dat ons hart het hart van een kind moet blijven. Kun je nog open staan om nieuwe dingen te leren, te horen of te zien van God?”

“Het kan een opluchting zijn voor degenen onder ons die belemmerd worden door onzekerheid. Zij denken misschien: Ik ben niet zo geleerd, of Ik blijf achter. Het is helemaal niet de bedoeling dat je geïmponeerd raakt door mensen die mooie boeken kunnen schrijven, of het allemaal zo fantastisch kunnen zeggen! Weet je daarentegen bemoedigd, want je hebt waarschijnlijk een voorsprong als je al die geleerdheid te moeilijk vindt! God zegt hierover: Deze dingen zijn voor de wijzen en de verstandigen verborgen gehouden, maar aan de kinderen geopenbaard (Luc. 10:21).”

“Als we ‘topzwaar’ zijn door intellectuele ballast, lopen we grote kans dat de essentie aan ons voorbij gaat. Niemand is beter dan een ander en dat geeft vrijheid! We hoeven niets te missen van wat God gaat doen. Je hoeft alleen maar te zeggen: ‘Spreek Heere, Uw dienaar luistert (1 Sam. 3:9). Ik doe mijn best Heere, en als er iets is wat verkeerd is, wilt U het aangeven? Ik wil een open en rein hart zijn dat naar U kan luisteren.”

(Uit: Charisma. Christian Lifestyle Magazine, juni 2002;  Bart Doornweerd is verbonden aan ‘Dienstbaar in de kracht van de Heilige Geest’, een onderdeel van de interkerkelijke zendingsorganisatie ‘Jeugd met een opdracht’. DKHG heeft als doelstelling christenen te onderwijzen en te helpen in het verstaan van Gods stem, het leven vanuit Zijn kracht en het dienen van de eigen directe omgeving zoals Jezus deed.)

Sta jij (nog) open om nieuwe dingen te leren, te horen of te zien van God?